• Polski
  • English
  • Dutch

Onderwijs van Atelier Jungart

“Je moet leren, zolang je iets niet weet, en volgens het adagium - zolang je leeft.”

...Seneka „Gedachten”

 

Elke goede kunstenaar heeft de schilderkunst moeten leren. Voor sommigen was het makkelijker, voor anderen kon het moeilijker zijn,

maar geen van hen begon zijn carrière door terstond een goed schilderij te maken.

 

 

In de schilderkunst bestaat geen begrip zoals “briljante kinderen” .... deze uiterst belangrijke observatie moeten we goed onthouden,

omdat het betekent dat wij de goede schilderkunst kunnen leren - het is geen geschenk dat in onze zielen geblazen wordt door een gril van een goede muze. 

Wat moeilijk blijkt te zijn, is het feit dat het in het leren niet gaat om het memoriseren van een enorm aantal principes en technieken van de schilderkunst.

 

 

Een kunstschilder ontwikkelt zijn creatieve potentieel door middel van het beantwoorden van vragen die elk schilderproces met zich brengt,

bijvoorbeeld: ......”Wat maakt de driedimensionale vorm?” .... “Welke loop volgt het licht?” ..... „Hoe kunnen we het idee van ruimte presenteren?” en soortgelijke vragen.

Elk schilderij creërt vragen en antwoorden die we niet alleen voor een specifiek schilderij nodig hebben maar voor allen. Ik zal een aantal van die vragen presenteren - vragen,

die tijdens de momenten voor de schilderijen in mijn hoofd verschenen, toen ik probeerde te doorgronden waarom het schilderij niet beter wordt.

Maar dit zijn geen vragen zoals “Los dit dilemma op”.

 

 

Dit zijn vragen die binnen ons moeten zijn gedurende het gehele proces van het schilderen, vanaf het begin tot het einde.

“Heeft het schilderij een scherpstelpunt?” “Is het onderwerp effectief verlicht?”, “Heeft het licht een voortzetting van zijn loop?”,

dit zijn kwesties die vanaf de eerste penseelstreek altijd deel moeten maken van het schilderproces.

Als er iets misgaat of als het schilderij er nog steeds niet goed genoeg uitziet,

kunnen een of twee van die vragen ons helpen om het schilderij beter te maken.

 

 

“Beter” is hier een zeer belangrijke formulering.

Waarom? Een persoon die de schilderkunst leert, moet erin geloven dat de term “beter” in esthetiek wel bestaat.

 

 

Wanneer er een discussie over kunst begint, heersen relatief adviezen van:

.... “Ik vind dit leuk, jij vindt dat leuk, schilderijen kunnen niet “beter” of “minder goed” zijn, ze zijn anders......”. 

Dit soort geest des oordeels is goed voor mensen die geen kunstnaars zijn, maar zeer schadelijk voor iemand die de schilderkunst leert.

 

 

Als een beginnende kunstenaar ervan overtuigd blijft dat alles in esthetiek even waardevol is,

bestaat er niets dat verbeterd kan worden. Alles wat die neofieten kunnen doen, is een document van hun houdingen en attitude.

Goede kunst is boven alles iets meer dan de reproductie van het artistieke innerlijke leven.

 

 

Goede kunst moet universeel zijn en moet bovendien ook fusies presenteren tussen wie haar bepaalt en wat al bepaald is.

Als de inhoud dus te dominant is en de techniek te geavanceerd en academisch, zal het schilderij er onpersoonlijk uitzien.

En als de kunstenaar te dominant is, te expressief, zal een schilderij er te persoonlijk uitzien.

Indien het begrip “beter” een echt concept is, komen volgende vragen op:

“Wat zijn de kenmerken van een “beter” schilderij?”,

“Wat maakt een schilderij beter dan een ander?”.

 

 

Het leren van de schilderkunst betekent het vinden van antwoorden op die vragen - zo veel antwoorden mogelijk.

De attributen van een schilderij van hoge kwaliteit zijn net als degene die we in een meesterlijk muziekstuk kunnen vinden of in de virtuositeit van een meestermusicus.

Een van de kwaliteiten is de “rijkdom” in een schilderij.

 

 

Dit betekent een breed scala van kleuren met sterke schaduwen en vibrerende lichten.

Een andere kwaliteit is de “mysterie”. Als er alles in een schilderij te “glad” is,

zal de toeschouwer niet worden ingetrokken.

Daar moeten zich mysterieuze, onverklaarbare overgangen bevinden, zodat de toeschouwer hen zou kunnen invullen - proberen te interpreteren.

De volgende kwaliteit is het patroon.

 

 

Een goed schilderij bevat verschillende elementen in een georganiseerde structuur,

elk deel heeft zijn eigen vorm en uiterlijk. Alle delen zijn de navolging van het belangrijkste thema van het schilderij als geheel.

 

 

“Eenvoud” is nog een ander kenmerk van de “goede kunst”,

net als het idee en de uitvoering daarvan,

moet het simpel genoeg zijn om te kunnen communiceren met de volle kracht van expressie.

Als er in een schilderij te veel ideeën bestaan en als er te veel variaties in een idee zijn,

wordt het een verspreide reeks van gewone artefakten.

 

 

Uiteindelijk moet een schilderij een scherpte hebben die op iets baseert.

Deze kwaliteiten behoren niet specifiek tot de schilderkunst. Ze bepalen echter wat de kunst is.

Schilders zijn gelukkig, al was het maar omdat ze zulke grote ideeën uiten met behulp van heel bescheiden middelen.

Dit feit onderscheidt een schilder van een toneelschrijver, die op een regisseur moet wachten,

of een componist, die tot een orkest behoort.

 

 

Een schilder kan gewoonweg zijn canvas spreiden en zonder enige hulp beginnen met het oplossen van grote problemen.

Het creëren mogen we echter niet bagatelliseren.

De uren die worden besteed aan het creëren van een schilderij gaan gepaard met veel moeite,

met name als het de realistische schilderkunst betreft.

 

 

 

Men moet leren hoe kunst wordt aangemaakt en hoe de binnenste wereld eruitziet.

Ook moet men die twee waarden bijeenbrengen. Dit is de betekenis van het scheppingsproces.

Het onderwijzen van schilderkunst is een heel individuele kwestie.

Iedere schilder moet het op zijn eigen manier doen.

Onderstaande vragen zijn alleen maar vragen - geen richtlijnen, geen formules.

Iedere vraag is cruciaal, ook als hij slechts af en toe tijdens ons scheppingsproces van pas komt.

 

 Suggestie 1:

Wanneer je jouw doel precies bepaalt,

wordt het voor jou veel makkelijker om technieken te leren die nodig zijn om het te bereiken.

Alleen dan, in de ware zin van het woordt, begin je zelfstandig te leren.

 

21 december 2012


Hoe werkt het? Stel dat je een portret gaat maken dat psychologische diepte van de karakter voor moet stellen.

Je begint na te denken hoe je dat moet doen wat in een beslissing resulteert om je schilderij

in een low-key kleurenschema te maken,

met zwakke verlichting,

tegelijkertijd besluit je het licht hoog aan de kant te plaatsen

zodat een helft van het gezicht zich in diepe schaduw bevindt.


Je hebt een ontwikkelend idee, een conceptie en plan die je tot een samenvoegt.

Maar als je begint te schilderen, moet je er zeker van zijn, dat er een aantal vragen zal verschijnen waarop je het antwoord moet vinden,

(problemen) die opgelost moeten worden.

Vragen die vaak voorkomen bij het schilderen van een portret in een low-key kleurschema betreffen te lage of te donkere lichtheid op het gehele beeld.

Het is bovendien een kunst die lage lichtheid te behouden tijdens het toegeven  van details of anatomische eigenschappen.

 


Het is bijvoorbeeld makkelijk om het licht op de neus toe te voegen in te hoge walor of om te veel verschillende walory van het licht in schaduwen op het gezicht.

Als het blijkt dat je het oorspronkelijke uiterlijk van lage walor in jouw schilderij verliest, als je hem in details plaatst,

moet je een andere “weg” vinden, een andere manier om dit te schilderen.


Een van de nuttige suggesties om te veel veranderingen van walor te voorkomen tijdens het toevoegen van details is,

 in ruil daarvoor, het veranderen van kleurtemperatuur.


In plaats van het licht op de neus te plaatsen, opdat hij opvalt, schilderen we het in koudere tonen,

we behouden die koude walor in dezelfde toon als de rest van de neus.

Of: wat moeten we doen opdat de kin ingetrokken lijkt?


We schilderen hem niet in een donkerdere kleur, maar we maken de toon kouder

(door middel van meer groen of blauw toe te voegen) dan de lichaamskleur.

Zo behoud je de oorspronkelijke bedoeling - lage lichtheid in jouw schilderij. 


... vergeet niet dat de laagste lichtheid van het licht toch lichter is dat de lichtste lichtheid van de schaduw.....

 

03.01.2013

Ons schilderij is een visie! Maar we kunnen niet alleen met de ogen zien want dan zien we alles statisch - slechts een beperkte werkelijkheid, net als een blinde die alleen door middel van aanraking de wereld waarneemt.

Dit is wat we de selectieve gezichtsscherpte noemen en het kan niet worden veranderd.

We kunnen een ander scherpstelpunt kiezen maar we kunnen die twee dingen niet tegelijk zien.

De rest is er ook maar we zien alleen dat waar we onze visuele aandacht aan vestigen. Hetzelfde gebeurt er in een schilderij. We moeten die relevante objecten scherpgesteld houden, we moeten zien wat we schilderen.

Een van de eerste rationele activiteiten, die we moeten leren, is het ontwikkelen van onze bekwaamheid om te zien opdat we bewust de illusie van driedimensionale werkelijkheid beginnen uit te voeren in het tweedimensionale oppervlak van het canvas.

We kunnen niet vergeten dat het in schilderkunst er niet om gaat hoe men wat hij ziet moet schilderen, maar hoe men wat hij schildert moet beschouwen, met name omdat onze waarneming grotendeels afhankelijk van onze interne aannames en vooroordelen is.

Wat we met de ogen zien, is niet alles wat er is, omdat we te veel visuele waarheden accepteren. Als wat je in jouw schilderij plaatst niet met de werkelijkheid strookt en jouw technische vaardigheden niet weergeeft - dan geeft het alleen jouw huidige mogelijkheid weer om iets helder waar te nemen.

 

05 januari 2013

 

Het idee - het concept van een beeld is al gevormd voordat het schilderen begint. Landschappen, figuren, portretten, stillevens zij niet de enige voorwerpen van schilderkunstige expressie, artistieke manier om dingen te zien. Ons idee-concept bindt veel kleine elementen samen tot een groter, meer universeel Idee. Het concept kan het idee van de vorm, toon of kleur zijn of een combinatie van deze ideeën. Het concept is in feite het probleem en de oplossing van het schilderij dat je maakt.

Het concept is belangrijk - de essentie van het schilderij in jouw gedachten is de matrix. Als je begint te schilderen, kun je er zeker van zijn dat er problemen zullen verschijnen en dat ze opgelost moeten worden. Het is een integraal onderdeel van onze inspanningen om het oorspronkelijke idee van het oorspronkelijke uiterlijk van ons schilderij te behouden. De controle, die we erover hebben, maakt ons de kunstenaars.

21 januari 2013

 

Op welk niveau je kennis en ervaring ook zijn, moet je je voorstellen dat het schilderij, waaraan je begint, potentieel een geweldig beeld wordt. Je hoeft niet te wachten totdat je al die technische vaardigheden heeft verworven om vormen te schilderen, toonwaarden, kleur ezv. Begin gewoon aan jouw schilderij te werken. Gedurende dezelfde tijd probeer je “smaak” en gevoeligheid te vormen totdat je jouw technische achterstand inhaalt.

15 maart 2013

Wat we in de schilderkunst moeten leren, is hoe we de verf op de kwast moeten controleren, we moeten weten hoeveel verf zich op de kwast moet bevinden om een dikke of dunne laag te maken - hoe dichter de verf, hoe rijker de duisternis of hoe helderder de lichten.

 

We leren hoe we de verf aan het einde van de kwast moeten houden en hoe we subtele kwaststreken moeten maken opdat er maar een klein beetje verf uit de kwast komt.

Als je geen totale controle over jouw kwast en verf hebt, ben je geen schilder. En daardoor wordt de poging onmogelijk om de lichtheid en kleur te leren.

De training om te controleren hoeveel verf er tijdens het schilderen uit de kwast komt, is het hart en de ziel van de schilderkunst.

Schilder op zo’n manier dat elke kwaststreek jouw bedoeling weerspiegelt.

Wordt vervolgd....

 

30 mei 2013 Een fragment uit de publicatie

 

.... We moeten beseffen dat vaardigheid noodzakkelijk is voor goed vakmanschap. De virtuositeit is een hogere vorm van vaardigheid. Daarom, onder andere, is vaardigheid een zeer belangrijk element bij het maken van een schilderij. Voor een schilder is het net als grammatica voor een schrijver - een instrument waardoor ze expressie kunnen uiten. Door kennis van vakmatschap kan de schilder zich beter uiten. Zonder de juiste vakmanschap kan de grote kunst niet ontstaan. De kennis van schilderprocessen, die goede kwaliteit van de uitvoering betekenen, heeft echter niks te maken met spreukens of geheime formules. Zoals ik al zei, is de schilderkunst niet in de ziel van de schilder geblazen door een opwellig van een goede muse; het kan verkregen worden door middel van een voortdurend proces van zelf-educatie en zelf-verbetering. De dreiging van het verliezen van je persoonlijkheid tijdens de strenge, artistieke opleiding is natuurlijk een mythe. Alle adepten kunnen er rustig in geloven: ongeacht de strengheid werd nog niemand van zijn artistieke potentieel beroofd of werd de subtiele sfeer van inspiratie van geen enkel adept beschadigd... wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

 

 
Recent toegevoegd

Inner space acoustic

0.01EUR
De meest populaire producten
Nieuws

  •  


     

 
 
Jungart  Jacek Ungierat   Jung   Oil Medium voor Kunstenaars   Galerij en Web winkel